Onderzoek
Voor het materiaaltechnisch onderzoek van kunstvoorwerpen en
interieurbeschilderingen
staan de restauratoren van de SRAL verschillende onderzoekstechnieken ter
beschikking.
Natuurwetenschappelijke onderzoeksmethoden spelen daarbij een
belangrijke rol. Beschilderde oppervlakken worden middels verschillende
vormen van diagnostisch onderzoek in kaart gebracht:
- inspectie met het blote oog
- onderzoek met behulp van de stereomicroscoop
- inspectie met behulp van strijklicht
- ultravioletfluorescentie
- röntgenfotografie
- infraroodfotografie en -reflectografie
- microscopisch onderzoek van verfdwarsdoorsneden
Laboratorium
De SRAL beschikt in Maastricht over een laboratorium waar onder meer onderzoek van historische schildersmaterialen wordt uitgevoerd. In dit lab worden bovendien ook de chemische stoffen en oplosmiddelen bewaard en voorbereid die de restauratoren gebruiken bij de verschillende restauratiewerkzaamheden. Voor onderzoek naar schildertechniek kunnen musea en niet-particuliere instellingen een beroep doen op de expertise van de SRAL.

Microscopisch kleine verffragmenten kunnen worden bewerkt tot
microscoop-preparaten. Deze worden bestudeerd met behulp van een
onderzoeksmicroscoop bij vergrotingen tot 1000 x. De onderzoeker kan op deze
wijze de opbouw en samenstelling van verflagen en de aard van de pigmenten
en bindmiddelen onderzoeken.
Voor pigmentanalyse wordt ook gebruik gemaakt van microchemische tests. Sommige chemicaliën (reagentia) geven in contact met bepaalde chemische verbindingen een specifieke en duidelijk herkenbare reactie (zoals verkleuring of het vrijkomen van een gas). Vezelanalyse richt zich op de determinatie van dragermaterialen zoals papier, hout en doek. Ook hiervoor wordt de microscoop gebruikt en worden onbekende monsters vergeleken met monsterverzamelingen van bekende materialen. Met behulp van dendrochronologie (jaarringonderzoek) kunnen oude stukken hout, bijvoorbeeld van beschilderde panelen of sculpturen worden gedateerd.

Röntgenonderzoek
Reeds vanaf de eerste helft van de vorige eeuw wordt röntgenstraling toegepast om de interne structuur van kunstvoorwerpen te verhelderen. De zeer energierijke rontgenstraling is in staat materie te doordringen. Al naar gelang de dichtheid en aard van het materiaal geeft dit aan de achterzijde van het voorwerp een stralingsprofiel dat op speciale film kan worden vastgelegd.
Bij de
SRAL is Arnold Truyen (beeldenrestaurator) bevoegd
röntgenapparatuur te bedienen. In verband met restauratieprojecten worden
schilderijen, beelden, architectuuronderdelen en zelfs moderne
kunstvoorwerpen doorgelicht.
Het ‘röntgenen’ van kunstvoorwerpen wordt ook als dienst aangeboden aan musea.
Infraroodonderzoek
Niet alleen voor het zichtbaar maken van zogenaamde ondertekeningen, maar ook voor het in kaart brengen van overschilderingen en bepaalde wijzigingen in de verflaag beschikt het atelier over infrarood-opname apparatuur.
Naast de traditionele infraroodfotografie, moet de infraroodreflectografie
met behulp van de Hamamatsu vidicon expliciet worden genoemd. Van het
schilderij worden doorgaans kleine gebieden geregistreerd. De opgenomen infraroodbeelden worden met behulp van de computer aan elkaar gemonteerd tot
een volledige voorstelling.
Instrumentele Analyse
Voor een meer geavanceerde analyse van
bindmiddelen en pigmenten kan gebruik gemaakt worden van zogenaamde
instrumentele analysetechnieken. Deze technieken, uitgevoerd met behulp van
zeer gevoelige apparatuur, worden vooral toegepast voor het onderzoek van
hele kleine hoeveelheden monstermateriaal. Juist voor de onderzoeker van
schilderijen zijn ze van toenemend belang. Dit heeft te maken met de
terug-houdendheid die men hanteert bij het nemen van monsters van het unieke
kunstvoorwerp.
Technieken zoals gaschromatografie, massaspectrometrie of röntgen-diffractie
worden met specialistische en zeer kostbare apparatuur uitgevoerd die alleen
in gespecialiseerde laboratoria voorhanden zijn. De SRAL beschikt sinds kort
over de mogelijkheid monsters te analyseren met electronenmicroscopie en
infraroodspectroscopie.
Versnelde
lichtveroudering
De SRAL heeft vanaf 1995 deelgenomen aan het MOLART-project.Dit project, gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), omvatte het onderzoek naar moleculaire aspecten van veroudering van schildermaterialen.
Het
onderzoeksteam was gebaseerd op een interdisciplinaire samenwerking tussen
restauratoren, kunsthistorici en natuurwetenschappers. In 2000 ging het
vervolgproject, het “De Mayerne project” van start waaraan de SRAL
heeft
bijgedragen middels een onderzoeksprogramma naar de schildertechniek van de
Oranjezaal in Huis ten Bosch.
In Maastricht is n.a.v. MOLART een klimaatkamer ingericht met een opstelling
voor versnelde lichtveroudering. Om beter inzicht te krijgen in het verloop
van bijvoorbeeld de verkleuring of chemische afbraak van verf en vernissen worden historische verfrecepten nagemaakt. Vervolgens worden deze
blootgesteld aan een hoge lichtintensiteit (museale daglichtcondities met of
zonder UV filtering) en geanalyseerd. Één maand
versnelde lichtveroudering is ongeveer gelijk aan een lichtdosis van 10 jaar
onder museale omstandigheden. Verkleuringen kunnen worden vastgelegd met een
zogenaamde ‘spectrofotometer’ (kleurmeter).
Instrumentatie voor non-destructief onderzoek
In samenwerking met de firma Van Kan en Willems (Nijmegen) is de SRAL betrokken bij de ontwikkeling van nieuwe instrumentatie voor non-destructief onderzoek van kunstvoorwerpen. Diverse prototypen van nieuwe lichtbronnen voor de analytische fotografie met zichtbaar licht, ultraviolette en infrarode straling, worden in de ateliers van de SRAL getest. Uiteindelijk doel is het ontwikkelen van compacte belichtingsapparatuur die ook gemakkelijk op locatie kan worden toegepast. Bovendien veroorzaken de nieuwe en veiligere lichtbronnen aanzienlijk minder risico voor de kunstwerken of de gebruiker.
